Zeuren en zaaien

Zeuren en zaaien

Elke week groeit mijn collectie bakjes, zaaitrays en potjes in de woonkamer. Ik vind het heerlijk, mijn lief iets minder.  Zuchtend versleept hij de bakken vinylplaten die moeten wijken.  

Plaats genoeg, dacht ik sinds de lenteschoonmaak. Helaas. De twee lage banken voor mijn zaailingen palmen de hele breedte van het meest lichte raam in de woonkamer in. Ik wil mijn zaailingen dichtbij, als een moederkloek.

Zaaien vraagt dan ook veel meer tijd, geduld en zorg dan iets planten in de grond. Een zaadje neemt zijn tijd om boven de aarde te komen. Elke dag geef ik het sprietje geduldig water met een plantenspuit, beetje bij beetje wordt de kleine zaailing sterker en groter. De kiemblaadjes – de eerste twee blaadjes die tevoorschijn komen – produceren échte blaadjes waaraan je de groente kan herkennen. Mijn favoriete eerste blaadjes zijn, uiteraard, die van de tomaten. Je herkent ze meteen. De kleur, de vorm, de geur.

Het eerste jaar dat ik mij aan moestuintje waagde, las ik in een boek dat je de zaailingen die groter worden moet ‘verspenen’. Ik had er nog nooit van gehoord en het leek mij een omslachtig en erg nauwkeurig werk. Verspenen is eigenlijk de kleine plantjes verplanten in een groter potje met potgrond. Waar ze beter kunnen groeien, tot ze in volle grond mogen worden geplant. Ja, het is een klus, maar eentje waar je erg zen van wordt. Eén voor één de fragiele plantjes uit de tray halen, naar een groter potje verhuizen en een beetje klungelig potgrond erbij doen tot het potje vol is. Lichtjes aandrukken en klaar voor een volgende groeispurt.

‘Er is niet eens plaats om alles uit te planten’, zal mijn lief straks wellicht zeggen. Klopt, maar niet elk zaadje groeit uit tot een grote plant. En ik neem graag een - toegegeven - erg flinke marge. Je weet nooit wat er gebeurt.

Eerder verschenen in de weekendbijlage van Het Laatste Nieuws.

Airbezen

Airbezen

Goudzoeker

Goudzoeker